Een beschamende periode in onze geschiedenis
Terwijl in Gaza burgers sterven onder het puin, debatteren westerse politici over sancties die “mogelijk, eventueel, ooit” overwogen zouden kunnen worden. Het taalgebruik alleen al zegt alles over de urgentie waarmee mensenrechten worden verdedigd wanneer economische belangen op het spel staan.
Caterpillar-bulldozers worden wereldwijd ingezet bij de vernieling van woonwijken en ziekenhuizen. Banken en pensioenfondsen financieren die productie — niet ondanks hun ESG-beloftes, maar ernaast. Want kwartaalcijfers en mensenrechtencharters leven in aparte werelden.
Uit Washington lekte een plan waarbij Gaza na de militaire operaties zou worden omgevormd tot een economische vrijhandelszone en toeristisch gebied. Wie dat plan leest naast de beelden van wat er van Gaza overblijft, begrijpt wat het woord “cynisme” werkelijk betekent.
Acteur Liam Cunningham noemde het onomwonden een beschamende periode in onze geschiedenis. Hij heeft gelijk. Niet omdat emotie een argument is, maar omdat de feiten geen andere conclusie toelaten.
Sancties die niet worden uitgevoerd zijn geen beleid. Ze zijn theater. Zolang wapenproducenten dividend uitkeren en bankiers Gaza’s wederopbouw als investeringsopportuniteit berekenen, is het mensenrechtendiscours van westerse regeringen een lege huls.
Er is geen rechtsgrond voor ongelijke behandeling. Dat geldt voor elke burger — ongeacht waar hij geboren werd.
